Dossier geluidsoverlast 1

Ideale klankkast om het gas even vol open te gooien!

Als je in de Koningshoeven of omgeving woont heb je altijd te maken met geluidshinder afkomstig van de A58. Verder is er vooral in de weekend sprake van geluidshinder van de straat Koningshoeven. Het lawaai is dan afkomstig van herriemotoren, solexclubs, antieke tractoren, motorcrossers, opgevoerde auto’s en meer, die allemaal de toeristische route rijden langs Abdij o.l.v. de Koningshoeven. Al de bestuurders van deze lawaaimakers vinden het leuk om onder het viaduct over het Wilhelminakanaal het gas even vol open te gooien. Elke keer weer slaan decibelmeters dan enorm uit. Al deze zogeheten geluidspieken worden door Rijkswaterstaat echter niet gerekend als zijnde geluidsoverlast. Het zijn pieken, en die zijn per definitie variabel, daar kun je geen maatregelen tegen treffen, is hun zienswijze. Het gevolg is dat bewoners van de Koningshoeven en omgeving elke (mooi weer) weekend geteisterd worden door een eindeloze stroom geluidspieken. Hieronder staat een goed Volkskrant-artikel over dit fenomeen.

De Volkskrant Sander van Walsum 12 mei 2019

Reportage Motorlawaai

Motorlawaai geldt als een soort grondrecht. ‘Een Ferrari maakt ook lawaai’

Luidruchtige motorrijders hebben weinig te duchten. Noch van elkaar, noch van andere weggebruikers, noch van de overheid. Mogelijk komt in dat laatste verandering.

Op de meeste wegen in Nederland is het nogal lastig om motorrijders – doorgaans minnaars van hoge snelheden – staande te houden. Maar op de smalle Elswoutslaan in Overveen wil het af en toe wel lukken. ‘Waarom maakt u zoveel lawaai?’, is de vraag voor de meest luidruchtige passanten – onder wie één trotse bezitter van een Harley-Davidson Fatboy. Het antwoord is doorgaans nogal summier. ‘Iederéén maakt herrie’, zegt één motorrijder. ‘Mijn uitlaat is defect, sorry’, legt de ander uit. En de derde volstaat met het opsteken van een middelvinger – wat met zijn zware leren handschoen nog niet meevalt.

Motorrijders en lawaai. Het lijkt een enigszins precair onderwerp. Er wordt veel over geklaagd, maar weinig tegen geageerd. Want motorrijden, inclusief de herrie waarmee dat gepaard gaat, wordt toch als een grondrecht gezien. Niet alleen door veel motorrijders, maar ook door mensen die zich aan de neveneffecten van hun liefhebberij – of levenswijze – storen. Want een verondersteld grondrecht stel je niet zomaar ter discussie.

Wegverkeer is de belangrijkste bron van geluidshinder in Nederland, en binnen die categorie staat de motorfiets op de tweede plaats (na de bromfiets maar vóór het vrachtverkeer). Daarvan kan Arjan Everink, hoofd verkeer en opleiding van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging KNMV zich na elk zonovergoten weekend vergewissen. ‘Op maandag ligt dan steeds een stapeltje klachten op mijn bureau.’ Vroeger meende hij dat die klachten wel afkomstig moesten zijn van ‘notoire klagers die zich aan alles ergeren wat zij niet leuk vinden’. Maar na een gesprek met een aantal van die klagers, omwonenden van de dijk bij Lopik, heeft hij dat enigszins karikaturale beeld moeten bijstellen.

Er zijn, zegt hij, inderdaad motorrijders die de geluidsdemper uit de uitlaat hebben gesloopt. Dat zijn de mensen voor wie herrie een belangrijk onderdeel is van de lol van het motorrijden. Ongeacht de hinder die anderen daarvan ondervinden. Hoe omvangrijk deze groep motorrijders is? ‘Op elke honderd motorrijders zullen het er niet veel meer dan vijf zijn’, schat hij. Maar de berijders van geluidsarme motoren – hoe relatief die geluidsarmoede ook is – lijden wel onder het slechte imago van de decibel-minnende minderheid.

Eigen verantwoordelijkheid

Voor de KNMV is dit geen reden om er bij de politie op aan te dringen om strenger op naleving van die geluidsnormen toe te zien. ‘Voor een belangenvereniging is het wat lastig om een regime te bepleiten waarvan de leden (de KNMV heeft er 55 duizend, red.) de nadelen kunnen vinden.’ Everink vertrouwt erop dat de motorrijders ‘hun eigen verantwoordelijkheid’ nemen. Voor zichzelf – berijder van een BMW toermotor – ziet hij daarbij overigens een tamelijk bescheiden rol weggelegd. ‘Als ik voor het stoplicht naast een motor sta die meer herrie produceert dan nodig is, spreek ik hem daar niet op aan. Dat doen motorrijders onderling niet.’ Als er sprake is van sociale controle, wordt die uitgeoefend binnen de motorclubs – waarvan er zo’n driehonderd bij de KNMV zijn aangesloten. Dat laat onverlet dat een strengere handhaving van de geluidsnormen zeker zou bijdragen aan vermindering van de overlast die motorrijders tot zijn grote spijt veroorzaken.

De handhavingspraktijk is echter weerbarstig. Want voor elk motortype geldt een andere geluidsnorm. En het toegestane geluidsvolume bij de gemiddelde motorfiets ligt op een hoger niveau dan dat van een personenauto – ongeveer 80 decibel tegenover 60 decibel. ‘Een Harley-Davidson mag meer decibel produceren dan een Honda’, zegt Ruud Neervens van Postma Motoren in Haarlem. Waar die lappendeken aan geluidsnormen vandaan komt? Hij zou het niet weten. En eigenlijk kan het hem ook niet zoveel schelen, want het motorblok van een motor lijkt nu eenmaal op dat van een Ferrari. ‘En een Ferrari maakt ook lawaai.’

Geluidsoverlast door motoren is niet alleen moeilijk te controleren, het thema geniet ook weinig belangstelling bij overheden en instanties die zich bezighouden met ‘omgevingslawaai’, zoals het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG). In publicaties over de gevolgen van blootstelling aan geluidsoverlast gaat het vooral om ‘contactgeluiden’ (lawaai dat wordt veroorzaakt door omwonenden) en om vormen van ‘akoestische vervuiling’ waaraan mensen in de buurt van luchthavens, fabrieken en snelwegen langdurig worden blootgesteld. Geluidspieken die door accelererende motoren worden veroorzaakt – incidentele vormen van overlast – worden niet als ‘omgevingslawaai’ aangemerkt, en genieten bij het tegengaan van geluidsoverlast dan ook geen prioriteit.

Ap Zwinkels, inwoner van Leiden, heeft de gemeente en de provincie Zuid-Holland op die ongerijmdheid attent gemaakt. Hij woont op de twaalfde verdieping van een appartementencomplex waar het lawaai van passerend verkeer niet wordt gefilterd of geblokkeerd. Vorige zomer heeft hij met zijn mobiele telefoon, waarop hij een geluidsapp heeft geïnstalleerd, vastgelegd wat daar de gevolgen van zijn. ‘Bij een langdurige meting – ik heb mijn mobieltje een hele nacht op het dakterras aan het werk gezet – heb ik geluidspieken van 60 tot 90 decibel geregistreerd. Een overvliegend vliegtuig is goed voor hooguit 45 decibel.’

Actiever

Met deze statistische informatie hoopt hij de overheid tot een actievere houding tegenover luidruchtige motorrijders te bewegen. Met de gemeente Leiden gaat hij hierover binnenkort in gesprek. Zuid-Holland overweegt geluidspieken op de provinciale wegen te gaan registreren – bijvoorbeeld door de plaatsing van ‘geluidsflitspalen’. Volgens Zwinkels is de politie minder machteloos dan ze schijnt te denken. ‘De politie zegt dat een motorrijder alleen kan worden geverbaliseerd als uit een meting is gebleken dat hij de geluidsnorm heeft overschreden. Maar als een agent met eigen oren vaststelt dat een motorrijder onnodig veel lawaai maakt, is dat ook voldoende voor een boete.’

De politie zal tot op zekere hoogte aan de wensen van Zwinkels tegemoet komen, denkt Erik Dekker van het Korps Landelijke Politie Diensten. ‘Al onze eenheden krijgen nieuwe apparatuur waarmee snel en nauwkeurig kan worden vastgesteld of een motorrijder de fout in gaat. In Rotterdam wordt al met die apparaten gewerkt, en je merkt dat de geluidsoverlast er afneemt. Binnenkort gaan we ermee aan de slag in Zandvoort en andere geliefde bestemmingen van motorrijders.’

Ruud Neervens maakt zich meer zorgen over de slechte technische conditie waarin motoren soms verkeren. ‘Misschien is het niet eens zo’n slecht idee om de verplichte APK ook voor motorrijders in te voeren.’ En in de zomermaanden verbaast hij zich over het luchtige tenue van veel motorrijders. ‘Er hoeft maar een hommel in een broekspijp te vliegen, en de ramp is niet te overzien.’ Maar lawaai? Nee, dat is voor hem niet het meest prangende thema. Nog afgezien van het feit dat een knetterende motor niet alleen een bron van genoegen is voor de berijder, maar ook een vermaning voor andere weggebruikers om goed uit te kijken. ‘Op de Hoge Veluwe heb ik onlangs mijn auto total loss gereden bij een botsing met een hert. Als ik op een motor had gereden, was dat misschien wel niet gebeurd, want dan had het hert mij al van grote afstand gehoord.’

Vooral veel motoren in Drenthe

Tussen 1987 en 2017 is het aantal motorfietsen op de Nederlandse wegen gestegen van 128.100 naar 725.091. Het aantal motorrijbewijzen nam in dezelfde periode toe van 916 duizend tot 1.435.862. In Drenthe is 14,3 procent van de meerderjarige bevolking in het bezit van een motorrijbewijs. In Zeeland geldt dit voor 12,7 van de meerderjarigen. De provincie Zuid-Holland heeft met 8,5 procent het laagste percentage motorrijders. In die provincie wordt de motor echter wel sneller vervangen dan in provincies met een grotere motordichtheid. Dit hangt samen met het feit dat de motor voor de inwoners van Zuid-Holland ‘voornamelijk een functioneel gebruiksvoorwerp’ is (bedoeld voor woon-werkverkeer) en elders in het land meer tot vermaak dient. (Bron: Bovag).

Geluidsoverlast als bron van ergernis en aanslag op de gezondheid

Mensen die gestrest raken van geluidsoverlast, lopen meer risico op hart- en vaatziekten. Klopt het dat er jaarlijks meer doden vallen als gevolg van geluidsoverlast dan door verkeersongelukken

De gemeente Amsterdam verbiedt vanaf volgend jaar het bootje varen op de grachten tussen 23.00 ’s avonds en 07.00u ’s ochtends. De avondklok moet de toegenomen overlast op het water tegengaan.

Overlast door Schiphol: ‘Het is een waarheid als een koe dat hoe mensen hinder beleven verder gaat dan alleen maar het geluid dat een vliegtuig produceert. Neem de frequentie waarin toestellen over je hoofd vliegen of het uur waarop. In de nacht beleef je lawaai anders.’

(ingezonden brief VK) Motorlawaai grondrecht?

Met stijgende verbazing heb ik het informatieve stuk van Sander van Walsum gelezen (Ten eerste, 13 mei). Geluidspieken door motoren worden niet als omgevingslawaai gekenmerkt en voor elke motor geldt een andere geluidsnorm. Degene die dat bedacht heeft is mogelijk ziende blind en doof en waarschijnlijk motorliefhebber.
Bewoners van de Brugmark in Almere Haven zijn al lang in gesprek met de gemeente om de verkeersoverlast te beperken, tot dusver zonder enig resultaat. We worden hier horendol van motoren die het gas vol openzetten op stukjes van 100 meter tussen stoplicht en rotonde.
We kunnen hier de gierende motoren nog minutenlang horen totdat ze zich op de nabijgelegen A6 uit de voeten hebben gemaakt.
En nee. Wij zijn geen notoire klagers. Het is toch van de zotte dat er miljoenen euro’s worden gespendeerd aan geluidswerende maatregelen, terwijl motorrijders vrij spel hebben.
Dit is water naar de zee dragen. Het moet toch niet zo moeilijk zijn om maatregelen te nemen om het lawaai van motoren (maar ook auto’s met sportuitlaten) aan banden te leggen? Dat scheelt ergernis en gezondheidsschade. Niet optreden hiertegen is slappe hap. Aanpakken die hufters. Bijkomend voordeel voor motorrijders: die hoeven geen oordopjes meer in.
Fokke van der Wal, Almere Haven

Ingezonden brief in de Volkskrant van 14 mei 2019

(ingezonden brief VK) Eigen oren eerst

Terwijl de overheid haar best doet om door middel van kostbaar TZOAB de geluidsoverlast op wegen te reduceren, wordt, paradoxaal genoeg, de lawaaiige motorrijder amper een strobreed in de weg gelegd.  De ‘van zijn vrijheid genietende’ motorrijder mag vrijwel onbelemmerd lange strepen herrie over dat asfalt trekken – met zijn oordopjes in, die ‘een noodzakelijk kwaad zijn vanwege het windgeruis en de turbulentie die om de helm bulderen’ (Geachte redactie, 15 mei). Eigen oren eerst dus en de omgeving zal hem worst wezen.
Daarom een voorstel tot een compromis: alle motoren moeten voldoen aan een wettelijke norm geluidsuitstoot en er wordt een app ontwikkeld met een keuze uit zo’n duizend verschillende motorgeluiden.
Met wat pientere technologie wordt de power van het gekozen geluid verbonden met de gashendel van de motor, zodat de bestuurder lekker via z’n oordopspeakertjes zijn eigen lawaai kan regelen.
Heerlijk voordeel ook: rijden op een goedkope japanner met in je helm het geluid van een Harley!
Nadeel is wel dat er problemen kunnen ontstaan bij het etaleren van het ego, maar dat is weer werk voor psychologen.
Looi Naaijkens, Tilburg

 Ingezonden brief in de Volkskrant van 18 mei 2019